ECLI:NL:HR:2022:252

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
20/04193
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 416 lid 2 StrafvorderingArt. 107 lid 1 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens rijden zonder rijbewijs en beoordeling appelschriftuur

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die was veroordeeld voor het rijden zonder rijbewijs, zoals vastgesteld door het gerechtshof Den Haag. De verdachte stelde namens zijn raadsman een cassatiemiddel voor via een schriftuur, waarin onder meer de vraag werd opgeworpen of de stelbrief van de raadsman voldeed aan de wettelijke vereisten voor een appelschriftuur.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarna de Hoge Raad de klachten van de verdachte heeft beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd formeel verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof Den Haag in stand en is de veroordeling wegens rijden zonder rijbewijs definitief.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens rijden zonder rijbewijs blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04193
Datum22 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 februari 2020, nummer 22-004716-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.T. de Vaal, advocaat te 'sGravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 februari 2022.