ECLI:NL:HR:2022:219

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 februari 2022
Publicatiedatum
16 februari 2022
Zaaknummer
21/02130
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad van 7 mei 2021. De Hoge Raad heeft dit verzoek zorgvuldig beoordeeld, waarbij ook de procureur-generaal de gelegenheid kreeg een advies uit te brengen.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het verzoek tot herziening duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakt de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Daarnaast is overwogen dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Punt, Faase en van Eijsden, met aanwezigheid van de waarnemend griffier Cichowski.

Uitkomst: Verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02130
Datum18 februari 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 7 mei 2021, nr. 20/03322, ECLI:NL:HR:2021:719.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek tot herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2022.