ECLI:NL:HR:2022:1920
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente over de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 december 2008. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland volgde hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat op 20 augustus 2020 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 23 december 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.