ECLI:NL:HR:2022:1915
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Intrekking beroep in cassatie en toewijzing proceskostenvergoeding inkomstenbelasting 2011
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over het jaar 2011. Vervolgens trok belanghebbende dit beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten voor beroepsmatige rechtsbijstand op grond van artikel 8:75a, lid 1, Awb.
De Staatssecretaris van Financiën erkende dat belanghebbende in aanmerking komt voor een forfaitaire vergoeding van de proceskosten en stelde dat de Inspecteur veroordeeld moet worden in de kosten die belanghebbende heeft moeten maken voor het geding bij het Hof, de Rechtbank en de bezwaarprocedure.
De Hoge Raad oordeelde dat er geen aanleiding is om proceskosten in cassatie toe te wijzen, maar veroordeelde de Inspecteur wel in de kosten van het geding voor het Hof, de Rechtbank en de bezwaarprocedure, vastgesteld op €3.305 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Boerlage, Cools en Van der Voort Maarschalk en op 23 december 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Inspecteur is veroordeeld in de proceskosten voor het geding bij Hof, Rechtbank en bezwaarprocedure, maar niet in cassatiekosten.