ECLI:NL:HR:2022:1855

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2022
Publicatiedatum
9 december 2022
Zaaknummer
21/01765
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 11a OpiumwetArt. 311.1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake medeplegen invoer cocaïne en diefstal containers

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van de invoer van cocaïne en medeplegen van diefstal van twee containers met sportschoenen en bananenpulp. De verdachte werd onder meer verweten dat hij betrokken was bij voorbereidingshandelingen voor de invoer van cocaïne en het gebruik van valse sleutels voor de diefstal.

In cassatie stelde de verdediging verschillende klachten over het bewijs en de interpretatie van medeplegen, onder andere over het feit dat verdachte niet wilde onthullen van wie hij de pincode had ontvangen die nodig was voor het ophalen en uitvoeren van het legale transport van de containers. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en dat het niet nodig was om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de vragen niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming. Het beroep werd dan ook verworpen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans op 13 december 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01765
Datum13 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 april 2021, nummer 22-001090-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 december 2022.