ECLI:NL:HR:2022:1836

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
22/01015
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 4:203 lid 1 onder b BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake vereffening nalatenschap en vaststellingsovereenkomst

In deze zaak stond centraal de vraag of de verzoekster als belanghebbende in de zin van artikel 4:203 lid 1 onder Pro b BW kon worden aangemerkt in een procedure over de vereffening van een nalatenschap. Daarnaast speelde de beoordeling van de geldigheid van een vaststellingsovereenkomst die in een procedure over de benoeming van vereffenaars aan de orde was, terwijl over de geldigheid van die overeenkomst ook een bodemprocedure liep.

De verzoekster had tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld. De vereffenaars hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoekster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de beschikking kunnen leiden.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De verzoekster is veroordeeld in de kosten van het geding, welke aan de zijde van de vereffenaars op nihil zijn begroot. De beschikking is op 9 december 2022 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekster wordt in de kosten veroordeeld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/01015
Datum9 december 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [verzoekster],
advocaat: aanvankelijk J. van Weerden, thans J. den Hoed,
tegen
1. [vereffenaar onder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [vereffenaar onder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de vereffenaars,
niet verschenen.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/582002 / HA RK 19-606 van de rechtbank Den Haag van 10 september 2020;
b. de beschikking in de zaak 200.286.877/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 december 2021.
[verzoekster] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vereffenaars hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de vereffenaars begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
9 december 2022.