Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
De vereffenaars hebben geen verweerschrift ingediend.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 december 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of de verzoekster als belanghebbende in de zin van artikel 4:203 lid 1 onder Pro b BW kon worden aangemerkt in een procedure over de vereffening van een nalatenschap. Daarnaast speelde de beoordeling van de geldigheid van een vaststellingsovereenkomst die in een procedure over de benoeming van vereffenaars aan de orde was, terwijl over de geldigheid van die overeenkomst ook een bodemprocedure liep.
De verzoekster had tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag beroep in cassatie ingesteld. De vereffenaars hebben geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoekster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de beschikking kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De verzoekster is veroordeeld in de kosten van het geding, welke aan de zijde van de vereffenaars op nihil zijn begroot. De beschikking is op 9 december 2022 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoekster wordt in de kosten veroordeeld.