Art. 81 lid 1 ROArt. 21 lid 1 onder b onderdeel i Brussel I-bis VerordeningVerordening 3922/91Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij arbeidsovereenkomst piloot en plaats van werken
In deze zaak heeft NetJets Management Limited cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam betreffende de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een arbeidsgeschil met een piloot. De kern van het geschil betrof de interpretatie van artikel 21 lid 1 onderPro b onderdeel i van de Brussel I-bis Verordening, die bepaalt dat de rechter van de plaats waar de werknemer gewoonlijk werkt bevoegd is.
De Hoge Raad heeft de klachten van NetJets tegen de beschikking van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad heeft geen uitgebreide motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De zaak benadrukt het belang van de 'home base' als plaats van waaruit de piloot gewoonlijk werkt, zoals ook geregeld in Verordening 3922/91, en dat deze 'home base' op verzoek van de werknemer kan worden gewijzigd. De Hoge Raad bevestigt hiermee de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in deze context.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en NetJets veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep van NetJets wordt verworpen en de Nederlandse rechter is bevoegd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/04459
Datum18 november 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
NETJETS MANAGEMENT LIMITED, gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: NetJets,
advocaat: S.F. Sagel,
tegen
[de piloot], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de piloot,
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 8647820 \ AO VERZ 20-109 van de kantonrechter te Haarlem van 1 oktober 2020;
de beschikkingen in de zaak 200.287.615/01 van het gerechtshof Amsterdam van 27 juli 2021 en 12 oktober 2021.
NetJets heeft tegen de beschikking van het hof van 27 juli 2021 beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De piloot heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van NetJets heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt NetJets in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de piloot begroot op € 418,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 18 november 2022.