AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Prejudiciële beslissing over informatieverplichtingen bij beleggingsverzekeringen
De zaak betreft prejudiciële vragen gesteld door het gerechtshof Den Haag over de informatieverplichtingen van verzekeraars jegens verzekeringnemers bij beleggingsverzekeringen, met name de Flexibel Verzekerd Beleggen (FVB)-verzekeringen van Nationale-Nederlanden (NN) tussen 1992 en 2008.
De Vereniging Woekerpolis.nl vordert verklaringen voor recht over de informatieverplichtingen van NN op grond van het burgerlijk recht, naast de toezichtrechtelijke verplichtingen uit de Derde Levensrichtlijn en nationale regelingen (RIAV 1994 en RIAV 1998). De rechtbank wees deze vorderingen af, waarna het hof prejudiciële vragen stelde aan de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat naleving van de toezichtrechtelijke informatieplichten niet automatisch betekent dat ook aan privaatrechtelijke informatieverplichtingen is voldaan. Indien aanvullende informatieverplichtingen op grond van burgerlijk recht gelden, moeten deze voldoen aan criteria uit het HvJEU-arrest NN/Van Leeuwen: de informatie moet duidelijk, nauwkeurig en noodzakelijk zijn voor een goed begrip van de wezenlijke bestanddelen van de verzekering en voldoende rechtszekerheid bieden.
De Hoge Raad bevestigt dat alleen indien aan deze criteria wordt voldaan, een verzekeringnemer rechtsbescherming kan inroepen bij niet-naleving. De uitspraak verduidelijkt de verhouding tussen toezichtrechtelijke en privaatrechtelijke informatieverplichtingen en bevestigt de toetsingscriteria voor aanvullende informatieverplichtingen.
De Hoge Raad begroot de proceskosten en spreekt de beslissing uit op 11 februari 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat naleving van toezichtrechtelijke informatieplichten niet automatisch betekent dat ook aan privaatrechtelijke informatieverplichtingen is voldaan en stelt criteria voor aanvullende informatieverplichtingen.
Voetnoten
2.Richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (Derde levensrichtlijn), PbEG 1992, L 360/1.
3.Regeling Informatieverstrekking aan verzekeringnemers 1994, Stcrt. 1994, nr. 97, p. 18-19.
4.Regeling Informatieverstrekking aan verzekeringnemers 1998, Stcrt. 1998, nr. 134, p. 8.
5.Richtlijn 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering, PbEG 2002, L 345/1.
6.Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings‑ en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II), PbEU 2009, L 335/1.
7.HvJEU 5 maart 2002, zaak C-386/00, ECLI:EU:C:2002:136 (Axa Royale Belge).
8.HvJEU 29 april 2015, zaak C-51/13, ECLI:EU:C:2015:286 (NN/Van Leeuwen), punt 34.
9.HvJEU 29 april 2015, zaak C-51/13, ECLI:EU:C:2015:286 (NN/Van Leeuwen), punt 33.
10.HvJEU 29 april 2015, zaak C-51/13, ECLI:EU:C:2015:286 (NN/Van Leeuwen), punten 29-30.
11.HvJEU 29 april 2015, zaak C-51/13, ECLI:EU:C:2015:286 (NN/Van Leeuwen).
12.Stcrt. 1994, nr. 97, p. 19 en Stcrt. 1998, nr. 134, p. 8.