ECLI:NL:HR:2022:1639

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
20/04321
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 420ter SrArt. 420bis SrArt. 140 SrArt. 9.2.2.1 Wet milieubeheer
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen valsheid in geschrift en gewoontewitwassen

In deze zaak stond verdachte, een rechtspersoon gevestigd te een vestigingsplaats, terecht voor meerdere economische strafbare feiten, waaronder medeplegen van valsheid in geschrift, het niet melden van vuurwerktransporten, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie. Het hof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte eerder veroordeeld.

Verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder verzoeken tot het horen van getuigen, betwistingen over bewijswaardering met betrekking tot valse facturen en de toerekening van handelingen van medeverdachten. Ook werd aangevoerd dat sprake zou zijn van onvolkomenheden bij de beëdiging van raadsheren en de advocaat-generaal. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat de onvolkomenheid bij beëdiging geen bespreking behoeft vanwege een eerder arrest.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte verworpen zonder uitgebreide motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt de veroordeling van verdachte bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04321 E
Datum15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, economische kamer, van 10 december 2020, nummer 20-001911-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De raadsvrouw heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen en de beëdiging van de advocaat-generaal die bij de behandeling van de zaak in hoger beroep betrokken is geweest, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438 heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft bij conclusie en aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 november 2022.