ECLI:NL:HR:2022:1622

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
21/05263
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake belastingaanslagen 2015 en 2016

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bezwaar gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 en 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. Het hof heeft uitspraak gedaan op 9 november 2021. Hiertegen is cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en de klachten tegen het hofarrest laten onderzoeken. De procureur-generaal heeft een advies uitgebracht. De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en maakt daarom gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 11 november 2022 door de Hoge Raad in het openbaar gewezen en betreft een belastingrechtelijke zaak over aanslagen en belastingrente voor de jaren 2015 en 2016.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/05263
Datum11 november 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 november 2021, nrs. 20/01075 en 20/01076 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland (nrs. AWB 20/1502 en 20/1505) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2022.