Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
22 februari 2022.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch over de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennephandel. Het hof had het voordeel geschat met een gemeenschappelijke kasopstelling, waarbij het voordeel werd verdeeld tussen betrokkene en medebetrokkene volgens een verdeelsleutel.
De Hoge Raad bevestigt dat het gebruik van een gemeenschappelijke kasopstelling onder bepaalde omstandigheden is toegestaan, vooral wanneer betrokkenen een economische eenheid vormen. Echter moet het voordeel dat aan een betrokkene wordt toegerekend, strikt beperkt blijven tot wat hij daadwerkelijk heeft behaald. Het hof had in deze zaak onbegrijpelijk gehandeld omdat het totaalbedrag van de kasopstelling onduidelijk was, met name ten aanzien van de medebetrokkene die deels was vrijgesproken. Daarnaast was de opname van een bedrag van €19.270,- voor contante uitgaven aan 11.470 gram hennep niet begrijpelijk, gelet op de bewijsvoering en de gehanteerde inkoopprijs.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berekening en beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit arrest sluit aan bij een samenhangende zaak met vergelijkbare problematiek. De Hoge Raad benadrukt het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel en de noodzaak van een transparante en begrijpelijke berekening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onbegrijpelijke berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.