ECLI:NL:HR:2022:1593

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
8 november 2022
Zaaknummer
21/00618
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep op noodweerexces bij beschadiging auto met ijzeren staaf

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het beschadigen van een auto door met een ijzeren staaf de voorruit in te slaan. Dit gebeurde nadat de bestuurder van de auto met gierende banden op de verdachte was afgereden, naar aanleiding van een eerdere woordenwisseling.

De verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij handelde uit noodweerexces. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verwierp dit verweer, mede gelet op de verklaring van de verdachte zelf over het voorval.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat het hier niet ging om vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Deze uitspraak bevestigt de strikte toetsing van het beroep op noodweerexces en benadrukt het belang van consistente bewijswaardering door lagere rechters.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens beschadiging van de auto blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00618
Datum8 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2021, nummer 21-005631-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 november 2022.