ECLI:NL:HR:2022:1585

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
4 november 2022
Zaaknummer
21/02163
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet ROArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens onvolkomenheid beëdiging raadsheren bij meervoudige diefstal

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor meervoudige diefstal. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in. De advocaten van de verdachte brachten in cassatie uitsluitend een middel naar voren dat betrekking had op een onvolkomenheid bij de beëdiging van één of meerdere raadsheren die het hof-arrest hebben gewezen.

De Hoge Raad verwees naar een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2022:1438) waarin deze onvolkomenheid reeds was besproken en concludeerde dat dit middel geen verdere bespreking behoeft. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Uiteindelijk verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof-arrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02163
Datum8 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 mei 2021, nummer 20-003660-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De raadslieden hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn – in de schriftuur uitsluitend aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 november 2022.