ECLI:NL:HR:2022:1474

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
14 oktober 2022
Zaaknummer
21/02879
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in moordzaak Sint Maarten wegens onvoldoende gronden voor vernietiging

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in een strafzaak over moord, poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen op Sint Maarten.

De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring van moord met voorbedachte rade onvoldoende met redenen was omkleed. De Hoge Raad heeft deze klacht beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het vonnis. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof te toetsen omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, waarna de raadsman van de verdachte schriftelijk had gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waarmee het vonnis onherroepelijk is geworden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02879 C
Datum18 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 22 juni 2021, nummer H-39/2020, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in de [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 oktober 2022.