Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 oktober 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake het beslag op een One wheel Pint, een elektrisch skateboard, dat onder de klager was genomen wegens verdenking van rijden op een voertuig dat niet door de RDW is goedgekeurd.
De klager had een klaagschrift ingediend tegen het beslag met het verzoek tot teruggave van het voorwerp. De rechtbank verklaarde dit klaagschrift ongegrond. Vervolgens stelde de klager cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bleek dat het openbaar ministerie op 14 juni 2022 de teruggave van het voorwerp aan de rechthebbende had bevolen en dat de teruggave op 15 juni 2022 was geregistreerd. Hiermee was het beslag beëindigd conform artikel 134 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het beslag al was beëindigd door teruggave van het voorwerp. Daarom nam de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag op het elektrisch skateboard is beëindigd door teruggave.