Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Standpunt van het Openbaar Ministerie
(...)
Het onderzoek is breder dan de enkele aanschaf van de woning door klaagster en ziet ook op de aanschaf van panden door de (ex)partner, (ex)schoonmoeder en (ex)zwager van klaagster. Deze personen zijn ook als verdachte aangemerkt. Er is sprake van gedeeltelijke verwevenheid. Het voortdurende delict witwassen is strafbaar. Er is minimaal sprake van het aanvangen van het enkel voorhanden hebben sinds de strafbaarstelling van witwassen in 2001. Als er al sprake zou zijn van (verjaarde) heling in plaats van witwassen dan zou de voorgenomen verkoop van het pand gezien kunnen worden als (eenvoudig) witwassen.
(...)
De vraag is, of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring zal uitspreken. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Het staat niet ter discussie dat de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] door klaagster is aangekocht in maart 2000. Klaagster wordt ervan verdacht die aankoop te hebben gefinancierd met crimineel vermogen en zich aldus strafbaar te hebben gemaakt aan witwassen. Witwassen is echter pas als apart delict in de Nederlandse wet opgenomen in 2001. Dat maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de situatie dat het 'niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring zal uitspreken' zich hier niet voordoet. Dat betekent dat het strafvorderlijk belang zich niet (langer) tegen teruggave van de woning aan klaagster verzet.
De rechtbank zal dan ook vanwege het ontbreken van strafvorderlijk belang het beklag gegrond verklaren en gelasten dat het beslag op de woning wordt opgeheven.”
3.Beslissing
11 oktober 2022.