ECLI:NL:HR:2022:1398
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2021, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Arnhem inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 7 oktober 2022 in het openbaar gewezen door raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.