ECLI:NL:HR:2022:1354
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. Na het instellen van het beroep diende belanghebbende een verzoek tot wraking in, dat deels niet-ontvankelijk werd verklaard en deels werd afgewezen. Een tweede wrakingsverzoek werd buiten behandeling gesteld en toekomstige verzoeken werden geweigerd.
De griffier van de Hoge Raad stuurde belanghebbende meerdere brieven, zowel aangetekend als per gewone post na adresverificatie, om het verschuldigde griffierecht te voldoen. Deze brieven werden teruggezonden wegens onbestelbaarheid of niet beantwoord. Omdat het griffierecht niet werd betaald en belanghebbende niet reageerde op de verzoeken om opheldering, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 16 december 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.