ECLI:NL:HR:2022:1350
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende, een gewezen militaire ambtenaar, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Deze uitspraak betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hieruit volgt dat de Hoge Raad slechts kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover dit bij wet is toegestaan.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep betreffende (gewezen) militaire ambtenaren zoals bedoeld in de Militaire Ambtenarenwet, werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier op 30 september 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.