ECLI:NL:HR:2022:1349

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2022
Publicatiedatum
29 september 2022
Zaaknummer
21/05019
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over navorderingsaanslag en aanslag inkomstenbelasting

Belanghebbende maakte beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake navorderingsaanslag over 2014 en aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2017, inclusief beschikkingen over belastingrente.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gezien het ontbreken van voldoende gronden voor succes verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel (voorzitter), Cools en van der Voort Maarschalk en op 30 september 2022 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/05019
Datum30 september 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 20 oktober 2021, nrs. BK-21/00198 en BK-21/00199 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 19/7900 en SGR 20/197) betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2014 opgelegde navorderingsaanslag en de voor het jaar 2017 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2022.