Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
27 september 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte wegens schuldwitwassen heeft het gerechtshof Den Haag de verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en schadevergoedingsmaatregel. De raadsman van de verdachte verzocht om terugwijzing van de zaak naar de rechtbank omdat niet aan hem als raadsman een afschrift van de dagvaarding was toegezonden.
De Hoge Raad overweegt dat volgens vaste jurisprudentie een raadsman zich niet alleen bij het Openbaar Ministerie moet stellen, maar ook schriftelijk bij de griffie van de rechtbank moet melden met vermelding van het parketnummer en andere relevante gegevens. Een stelbrief aan het OM volstaat niet om als raadsman te worden erkend bij de rechtbank.
Het hof heeft geoordeeld dat het ontbreken van een parketnummer niet betekent dat een stelbrief aan het OM voldoende is. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Hiermee wordt het belang van een duidelijke en volledige kennisgeving van het optreden van de raadsman gewaarborgd, ter bescherming van het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; een stelbrief aan het OM zonder schriftelijke kennisgeving aan de griffie volstaat niet als kennisgeving van het optreden van de raadsman.