ECLI:NL:HR:2022:1269

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 september 2022
Publicatiedatum
21 september 2022
Zaaknummer
21/03592
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:162 BWArt. 6:174 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gemeente niet aansprakelijk voor schade door verstopt geraakte duiker na uitzonderlijke regenval

In deze zaak vordert een agrarisch bedrijf schadevergoeding van de gemeente Nederweert wegens schade veroorzaakt door een verstopt geraakte duiker na een uitzonderlijke regenval. De rechtbank Limburg wees de vordering af, en het gerechtshof 's-Hertogenbosch bevestigde dit oordeel. Het bedrijf stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de niet-aansprakelijkheid van de gemeente voor de schade veroorzaakt door de verstopping van de duiker. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de eiseres in de proceskosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gemeente is niet aansprakelijk voor de schade door de verstopt geraakte duiker.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03592
Datum23 september 2022
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
GEMEENTE NEDERWEERT,
zetelende te Nederweert,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: T. van Malssen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/03/252848/HA ZA 18-378 van de rechtbank Limburg van 19 juni 2019;
het arrest in de zaak 200.266.876/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 mei 2021.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
23 september 2022.