ECLI:NL:HR:2022:1247
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vergoeding immateriële schade en proceskosten
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 december 2021, waarin een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en een vergoeding van proceskosten waren toegekend.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan belanghebbende.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.