ECLI:NL:HR:2022:1219
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 april 2021, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2016 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet leidt tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk, omdat het middel geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 16 september 2022 in het openbaar gewezen door de raadsheren Fierstra, Faase en Van Eijsden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.