Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 september 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland waarin een zorgmachtiging werd verleend aan betrokkene. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de toegevoegde advocaat aan dat betrokkene niet langer door haar vertegenwoordigd wilde worden en dat zij zich niet vrij voelde om namens betrokkene op te treden.
De rechtbank verleende desalniettemin de zorgmachtiging zonder te onderzoeken of betrokkene toevoeging van een andere advocaat wenste. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de Wvggz en het Wetboek van Strafvordering de rechter verplicht is dit te onderzoeken en het resultaat daarvan in de beschikking te vermelden.
Omdat de rechtbank dit onderzoek niet heeft verricht en dit niet uit de beschikking blijkt, vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank wegens het ontbreken van onderzoek naar de wens van betrokkene voor een andere advocaat.