Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1203

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2022
Publicatiedatum
12 september 2022
Zaaknummer
21/02225
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak profijtontneming uit oplichting

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) ten laste van de betrokkene centraal, voortvloeiend uit een oplichtingszaak. De betrokkene stelde diverse verweren aan de orde in cassatie, waaronder dat bij de berekening van het w.v.v. rekening gehouden had moeten worden met loonbelasting, dat de feitelijk leidinggevende niet hetzelfde voordeel geniet als de rechtspersoon die strafbare feiten pleegde, en dat het hof ten onrechte geen rekening hield met een verrekend bedrag.

Daarnaast werd de deskundigheid van de opsteller van het rapport van de Belastingdienst/FIOD betwist, evenals de gehanteerde methode voor de berekening van het w.v.v. Ook werd een vergoeding voor werkzaamheden in de procedure aangevoerd.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat geen van de aangevoerde gronden tot vernietiging van het arrest van het hof leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 4 oktober 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02225 P
Datum4 oktober 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 mei 2021, nummer 23-003690-19, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft W. Römelingh, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 oktober 2022.