Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep dat is ingesteld door de klaagsters [klaagster 1] B.V. en Stichting [klaagster 3]
3. Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de klaagster Stichting [klaagster 2] zijn voorgesteld
- in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen één van de bestuurders van de klaagster ( [betrokkene 1] ) ter zake van valsheid in geschrift, verduistering en gewoontewitwassen is zowel op grond van artikel 94 Sv Pro als op grond van artikel 94a Sv onder de klaagster en onder andere stichtingen beslag gelegd op diverse panden;
- namens de klaagster is een klaagschrift ingediend strekkende tot opheffing van de gelegde beslagen en tot teruggave van de onder haar inbeslaggenomen panden.
Het standpunt van het openbaar ministerie houdt in dat de onroerende zaken in beslag zijn genomen met de volgende doelen:
- Waarheidsvinding
- Verbeurdverklaring
- Aantonen wederrechtelijk verkregen voordeel
- degene aan wie zij toebehoren bekend was met hun verkrijging door middel van het strafbare feit of met het gebruik of de bestemming in verband daarmede,
- dan wel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden.
- de herkomst van de goederen - namelijk verkregen door middel van het strafbare feit - dan wel
- het gebruik of de bestemming van de goederen in verband met het strafbare feit.
Als Bijlage 1 zijn aangehecht de aktes van oprichting van de Stichting [klaagster 2] en [D] . Kort gezegd kan uit deze stukken volgen dat beide op 7 maart 2018 zijn opgericht door [betrokkene 1] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] .
De financiële positie van de CV is dan ook, dat de oprichters slechts een nominaal bedrag hebben ingelegd - EUR 4.000 of 8.000 - en dat de portefeuille geheel is aangeschaft met leningen die zijn verstrekt door [betrokkene 5] , die zijn aangevuld met leningen van externe hypotheekverstrekkers.
In het licht van de hiervoor besproken vereisten voor verbeurdverklaring, betekent dit het volgende:
- elk van de gekochte panden is geheel gefinancierd met vreemd vermogen;
- de bron van dat vreemde vermogen - [betrokkene 5] en de hypotheekbank - is geheel onverdacht;
- de aankoopsom van de panden is dan ook niet verkregen uit enig strafbaar feit - want die is immers geleend uit geheel onverdachte bron;
- de panden zijn dus niet verkregen uit enig strafbaar feit.
Stichtingen
In geval van een beklag van de beslagene tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechter eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.
4.Beslissing
20 september 2022.