ECLI:NL:HR:2022:1183
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake ambtshalve vermindering inkomstenbelasting 2012
Belanghebbende heeft bij het Gerechtshof Amsterdam hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over een verzoek tot ambtshalve vermindering van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.
Het Gerechtshof heeft het verzoek van belanghebbende afgewezen, waarna belanghebbende beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat het niet kan leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet nodig was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is uitgesproken op 9 september 2022 door de vice-president en raadsheren van de Belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.