ECLI:NL:HR:2022:1071

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
8 juli 2022
Zaaknummer
21/01445
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 289 SrArt. 242 SrArt. 246 SrArt. 282 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak poging tot doodslag, moord, verkrachting en vrijheidsberoving

In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag en poging tot moord, verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, wederrechtelijke vrijheidsberoving en het voorhanden hebben van een wapen. De feiten vonden plaats in 2017 in Steenbergen, waarbij de verdachte zijn ex-vriendin buiten op straat met een mes in haar hals stak, haar in zijn woning haar keel dichtkneep, seksuele handelingen bij haar verrichtte en haar vasthield.

De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder over de bewijskracht met betrekking tot voorbedachte raad bij poging tot moord en de vraag of sprake was van een voortgezette handeling of meerdaadse samenloop. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof. De Hoge Raad motiveerde dit niet inhoudelijk, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is uitgesproken op 12 juli 2022 door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer. Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01445
Datum12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 maart 2021, nummer 20-003113-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juli 2022.