ECLI:NL:HR:2022:1065

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
8 juli 2022
Zaaknummer
20/03425
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 lid 1 SrArt. 326 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen valsheid in geschrift en oplichting bij hypothecaire lening

De verdachte, werkzaam als hypotheekadviseur, werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens tweemaal medeplegen van valsheid in geschrift en oplichting. Hij had samen met een ander valselijk een inkomensverklaring opgesteld om daarmee een hypothecaire geldlening te verkrijgen. De zaak draaide onder meer om de juistheid van de opgegeven jaarinkomens.

In cassatie stelde de verdachte meerdere klachten in, waaronder over het bewijs en de juistheid van de opgegeven inkomens. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar vond dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.

De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Hiermee bleef de veroordeling van de verdachte in stand voor medeplegen van valsheid in geschrift en oplichting met betrekking tot de hypothecaire lening.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift en oplichting blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03425
Datum12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2020, nummer 20-002378-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juli 2022.