Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
5 juli 2022.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met grootschalige hennepteelt. Tegen deze uitspraak stelde betrokkene cassatie in bij de Hoge Raad. Namens betrokkene werd een schriftuur ingediend door zijn advocaten.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen over de ontvankelijkheid en inhoud van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd uitgesproken op 5 juli 2022 door de Strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president J. de Hullu en met raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en T. Kooijmans. Hiermee kwam een einde aan de procedure in cassatie, waarbij de uitspraak van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.