In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de rechtbank Noord-Nederland over de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel door betrokkene uit een hennepknipperij.
Het hof heeft het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op €38.301,64 en de betalingsverplichting aan de Staat opgelegd. De berekening is gebaseerd op een gedetailleerd rapport waarin de hoeveelheid hennep, de opbrengst per kilogram, en de kosten van de hennepteelt zijn meegenomen. Het hof acht aannemelijk dat betrokkene samen met een ander handelde en deelt het voordeel gelijkelijk toe.
De verdediging voerde aan dat betrokkene slechts een beperkte rol had als knipper en dat de berekening van de hoeveelheid hennep onjuist was, maar het hof vond geen aanleiding om van het rapport af te wijken. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden, maar dit wordt gecompenseerd door eerdere maatregelen in de strafzaak.
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en doet opnieuw recht, waarbij het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting gelijk blijven. Tevens is de maximale gijzelingsduur vastgesteld op 766 dagen.