Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
5 juli 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft witwassen van een geldbedrag van €30.000 dat op 16 mei 2018 in de auto van verdachte werd aangetroffen. Het hof Amsterdam had bewezen verklaard dat verdachte wist dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. De verdachte stelde dat het geld legaal was, afkomstig van zijn oom die in de goudhandel zit, en dat het bedoeld was voor de aankoop van een graafmachine.
De verdediging overhandigde diverse stukken ter onderbouwing van deze verklaring, waaronder een vergunning voor gouddelving en een WhatsApp-bericht van de oom waarin de overdracht van het geld via een neef werd bevestigd. Het hof oordeelde echter dat de verklaring onvoldoende concreet en verifieerbaar was, met name omdat niet kon worden vastgesteld wie de neef was en of het geld daadwerkelijk aan verdachte was overhandigd.
De Hoge Raad herhaalt het toetsingskader voor het bewijs van het bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf" bij witwassen: als het OM een vermoeden van witwassen heeft gewekt, mag van verdachte een concrete, verifieerbare en niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring worden verlangd. Indien zo'n verklaring wordt gegeven, moet het OM nader onderzoek doen. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom nader onderzoek niet nodig was ondanks de concrete verklaring en stukken van verdachte.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing. De overige cassatiemiddelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.