ECLI:NL:HR:2021:99

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2021
Publicatiedatum
21 januari 2021
Zaaknummer
20/00062
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling cassatieberoep inzake onrechtmatige overheidsdaad gemeente Amsterdam

In deze zaak heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam dat de gemeente Amsterdam aansprakelijk stelde voor een onrechtmatige overheidsdaad. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en het hof Amsterdam die de feiten en het geschil gedetailleerd behandelden.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij is overwogen dat het niet nodig is om de klachten inhoudelijk te motiveren, aangezien zij geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit oproepen, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de proceskosten van de gemeente. Hiermee wordt het arrest van het hof bekrachtigd en blijft de aansprakelijkheid van de gemeente Amsterdam voor de onrechtmatige overheidsdaad in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/00062
Datum22 januari 2021
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: M.A.M. Wagemakers,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de gemeente,
advocaat: J.F. de Groot.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/13/593492 / HA ZA 15-825 van de rechtbank Amsterdam van 17 augustus 2016;
het arrest in de zaak 200.203.878/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 oktober 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de gemeente mede door J. van Kralingen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de gemeente begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
22 januari 2021