ECLI:NL:HR:2021:973
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over proceskostenveroordeling in belastingzaak erfgenamen
In deze zaak hebben de erfgenamen van een overledene beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof een verzoek om veroordeling van de Staatssecretaris van Financiën tot betaling van proceskosten in een belastingrechtelijke procedure.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen door de erfgenamen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat de beoordeling geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opleverde, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de Staatssecretaris te veroordelen. Het beroep in cassatie is daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak is gedaan door de Hoge Raad der Nederlanden, Belastingkamer, op 18 juni 2021, waarbij vice-president R.J. Koopman als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.