ECLI:NL:HR:2021:93
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Heerenveen
Belanghebbende en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen stelden beiden beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De Hoge Raad heeft de middelen van beide partijen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
Het verweerschrift van het college werd na de gestelde termijn ingediend, waardoor de Hoge Raad hierop geen acht sloeg, en evenmin op de reactie van belanghebbende daarop. Het college diende een schriftelijke toelichting in die wel in overweging werd genomen.
De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de zaak geen vragen bevat die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten werd het college veroordeeld tot vergoeding van de kosten van belanghebbende voor het cassatiegeding, vastgesteld op €1.068 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens werd griffierecht geheven van €532 aan het college.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 22 januari 2021.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.