ECLI:NL:HR:2021:921
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitale indiening
In deze zaak heeft L.J. Schippers namens een cliënt beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Het beroep was gericht tegen een uitspraak op verzet van 30 september 2020. Volgens het Besluit van 6 maart 2019 is een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht om digitale indiening te gebruiken bij cassatieberoepen tegen uitspraken die op of na 15 april 2020 zijn bekendgemaakt.
Het beroepschrift in cassatie is echter niet digitaal ingediend, maar per brief ontvangen door de Hoge Raad. De griffier heeft de indiener hieromtrent aangetekend verzocht het beroepschrift alsnog digitaal via het webportaal in te dienen binnen vier weken. Dit verzoek is niet opgevolgd.
Gelet op deze omstandigheden heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan de zijde van de wederpartij toegewezen. Het arrest is uitgesproken op 11 juni 2021 door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-digitale indiening.