ECLI:NL:HR:2021:917
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-digitaal indienen
In deze zaak heeft een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener namens een cliënt een beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroep was gericht tegen een uitspraak op verzet van 21 juli 2020, welke na 15 april 2020 is bekendgemaakt. Volgens artikel 1 van Pro het Besluit van 6 maart 2019 is het verplicht om in dergelijke gevallen digitaal te procederen via het webportaal van de Hoge Raad.
De Hoge Raad ontving het beroepschrift op 1 september 2020, maar dit was niet digitaal ingediend. De griffier heeft de indiener bij aangetekende brief verzocht het beroepschrift alsnog digitaal binnen zes weken in te dienen. Ondanks ontvangst van deze brief heeft de indiener hieraan geen gevolg gegeven.
Gelet op het ontbreken van digitale indiening en het niet opvolgen van het verzoek van de griffier, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:36a, lid 5, Awb. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest op 11 juni 2021 in het openbaar gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet digitaal indienen van het beroepschrift.