Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte met een schizofreniestoornis die werd ontslagen van alle rechtsvervolging wegens belaging en bedreiging, maar aan wie het hof een maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis oplegde op grond van het oude artikel 37 Sr Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat sinds 1 januari 2020 artikel 37 Sr Pro is komen te vervallen en is vervangen door een civiele machtiging voor verplichte zorg op grond van artikel 2.3 Wfz in verbinding met artikel 6:5 Wvggz Pro. Deze wetswijziging betekent een verandering in het sanctierecht die ten gunste van de verdachte werkt en daarom met onmiddellijke ingang moet worden toegepast, waarbij de overgangsbepaling buiten toepassing blijft.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het hofarrest dat de maatregel oplegt en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Tevens wordt vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, maar het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak bevestigt dat de strafrechter niet langer de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis kan opleggen volgens artikel 37 Sr Pro, maar een civiele machtiging voor verplichte zorg moet verlenen binnen de nieuwe wettelijke kaders, waarmee de rechtspositie van de verdachte wordt versterkt.
Uitkomst: De maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van artikel 37 Sr wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling onder de nieuwe wettelijke regeling.