ECLI:NL:HR:2021:775

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 mei 2021
Publicatiedatum
25 mei 2021
Zaaknummer
20/03357
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 447 lid 5 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken cassatiemiddelen

De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 oktober 2020 betreffende een klaagschrift op grond van artikel 164 lid 8 Wegenverkeerswet Pro 1994.

Hoewel het beroep tijdig is ingesteld, zijn er geen cassatiemiddelen door een advocaat namens de betrokkene ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Dit is een vereiste voor ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.

De Hoge Raad overweegt dat het ontbreken van cassatiemiddelen betekent dat het beroep niet in behandeling kan worden genomen, conform artikel 447 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is genomen door raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 mei 2021.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ingediende cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03357 B
Datum25 mei 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 oktober 2020, nummer RK 20-006842, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164 lid 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, ingediend
door
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 447 lid 5 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 mei 2021.