Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 januari 2021.
Hoge Raad
Deze zaak betreft het beroep in cassatie van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin vervangende hechtenis werd opgelegd bij een schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van een slachtoffer. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest voor zover de vervangende hechtenis werd toegepast, met de bepaling dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel slaagt en vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor zover het de vervangende hechtenis betreft. De Hoge Raad bevestigt dat gijzeling als dwangmiddel kan worden ingezet bij niet-betaling van een schadevergoedingsmaatregel, conform de wettelijke regeling.
Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt verduidelijkt dat de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen niet toelaatbaar is, maar gijzeling wel een passend middel is. De uitspraak draagt bij aan de rechtsontwikkeling omtrent de tenuitvoerlegging van schadevergoedingsmaatregelen in het strafrecht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast; gijzeling kan worden toegepast bij niet-betaling van schadevergoedingsmaatregel.