ECLI:NL:HR:2021:759

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 mei 2021
Publicatiedatum
23 mei 2021
Zaaknummer
20/02622
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beschikking teruggave beslag auto na beslissing strafzaak

De klager had een klaagschrift ingediend tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin zijn verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen auto werd afgewezen. Het cassatieberoep richtte zich tegen deze beschikking.

Echter was er reeds een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin over hetzelfde inbeslaggenomen voorwerp was beslist in de strafzaak tegen de klager. Deze beslissing maakte dat de klager geen belang meer had bij het beroep tegen de beschikking van de rechtbank.

De Hoge Raad oordeelde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard, omdat op het klaagschrift geen andere beslissing meer kon volgen dan die van het hof. De beslissing van het hof over het beslag in de strafzaak sluit een andere beslissing uit.

De Hoge Raad sprak dit uit in een openbare terechtzitting op 25 mei 2021, waarbij de vice-president en twee raadsheren aanwezig waren.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/02622 B
Datum25 mei 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank ZeelandWestBrabant van 25 januari 2019, nummer RK 18/008067, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft S.W.M. Stevens, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank ZeelandWestBrabant van 25 januari 2019 waarbij een klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave van een inbeslaggenomen auto ongegrond is verklaard.
2.2
Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 25 januari 2021 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over het inbeslaggenomen voorwerp waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
2.3
Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. De klager moet daarom in het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 mei 2021.