Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
25 mei 2021.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de belaging van een medewerker van een hogeschool centraal, waarbij de verdachte werd veroordeeld op grond van artikel 285b Sr. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had op 24 december 2019 uitspraak gedaan, waarna de verdachte cassatie instelde bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, aangezien deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en daarmee het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak bevestigt dat het klachtvereiste van artikel 285b lid 2 Sr na aangifte door een ander dan de belaagde, het vereiste van voldoende steunbewijs en de stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer correct zijn toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor belaging.