Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
11 mei 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen en overtreden van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering in de Caribische rechtsgebieden. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba had op 3 juni 2019 een vonnis gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld.
De verdachte stelde in cassatie diverse klachten in, onder meer over medeplegen, strafoplegging en verbeurdverklaring van inbeslaggenomen voorwerpen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofvonnis kunnen leiden.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie. Het arrest is op 11 mei 2021 gewezen door de vice-president en twee raadsheren en het beroep is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.