ECLI:NL:HR:2021:666
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens voortijdige indiening
Belanghebbende heeft op 24 november 2020 een beroepschrift in cassatie ingediend tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2011 tot en met 2017.
Uit navraag bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bleek dat ten tijde van indiening van het cassatieberoep nog geen uitspraak in hoger beroep was gedaan. Hierdoor is het beroep in cassatie voortijdig ingediend en kan het niet worden ontvangen.
De Hoge Raad oordeelt dat er geen reden is om af te zien van niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 6:10, eerste lid, Awb, omdat uit het beroepschrift niet blijkt dat belanghebbende redelijkerwijs kon menen dat het hof al had beslist.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens voortijdige indiening.