Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:592

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
15 april 2021
Zaaknummer
20/01517
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 810a lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging uithuisplaatsing en afwijzing verzoek contra-expertise in familierechtelijke procedure

In deze zaak stond de verlenging van een uithuisplaatsing centraal, waarbij de moeder cassatie instelde tegen de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof had het verzoek van de moeder om een contra-expertise op grond van artikel 810a lid 2 Rv afgewezen en tevens producties geweigerd.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de moeder niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Raad voor de Kinderbescherming, het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, de pleegouders en de vader waren partijen in het geding. De moeder werd bijgestaan door een advocaat, terwijl de andere partijen niet of slechts gedeeltelijk verweer voerden.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de beschikking van het hof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Civiele Kamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de beschikking van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01517
Datum16 april 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,
tegen
1. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO NOORD-NEDERLAND,
gevestigd te GRONINGEN
2. LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Groningen,
3. [de pleegouders],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: de Raad, de GI en de pleegouders,
niet verschenen,
4. [de vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikkingen in de zaken C/18/191703 / FARK 19-1158 en C/18/190349 /JE RK 19-126 van de rechtbank Noord-Nederland van 5 april 2019, 12 april 2019, 24 mei 2019 en 30 juli 2019;
de beschikking in de zaken 200.264.990/01 en 200.268.573/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2020.
De moeder heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De Raad, de GI en de pleegouders hebben geen verweerschrift ingediend.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
16 april 2021.