Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2021:538

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2021
Publicatiedatum
8 april 2021
Zaaknummer
19/05704
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzekeringsdekking schade door grote ijsbollen en uitleg begrip hagel

In deze zaak stond de vraag centraal of schade veroorzaakt door grote ijsbollen onder de stormdekking van een verzekering valt, terwijl schade door hagel expliciet is uitgesloten. Eisers hadden tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beroep in cassatie ingesteld. Het hof had eerder geoordeeld dat de verzekering de schade door storm dekt, maar niet de schade door hagel, waarbij discussie bestond over de uitleg van het begrip 'hagel'.

De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand, waarbij de verzekeraar niet gehouden is tot vergoeding van schade door hagel, maar wel voor schade door storm.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt dat schade door grote ijsbollen onder stormdekking valt, niet onder hageluitsluiting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/05704
Datum9 april 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J.W. de Jong,
tegen
ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., tevens handelend onder de naam INTERPOLIS,
gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Interpolis,
advocaat: D.A. van der Kooij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/05/314161/HZ ZA 17-35 van de rechtbank Gelderland van 15 maart 2017 en 2 augustus 2017;
de arresten in de zaak 200.227.654 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 januari 2019 en 17 september 2019.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 17 september 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Interpolis heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Interpolis toegelicht door haar advocaat, en mede door L. Tolatzis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Interpolis begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op
9 april 2021.