ECLI:NL:HR:2021:502

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2021
Publicatiedatum
6 april 2021
Zaaknummer
19/05109
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 42 SrArt. 2.1.6 Wet DierenArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstalzaak kip studieproject Amsterdam

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam over de diefstal van een kip die onderdeel was van een studieproject van een student aan een theaterschool in Amsterdam. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor diefstal ex artikel 310 Sr Pro.

In cassatie voerde de verdachte aan dat zijn handelen viel onder het wettelijk voorschrift ex artikel 42 Sr Pro, en dat de kip in een situatie van hulpbehoevendheid verkeerde conform artikel 2.1.6 van de Wet Dieren. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink en raadsheren Buruma en van Strien en op 6 april 2021 uitgesproken. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor diefstal blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/05109
Datum6 april 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 1 november 2019, nummer 23-004620-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 april 2021.