Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 april 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam over de diefstal van een kip die onderdeel was van een studieproject van een student aan een theaterschool in Amsterdam. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor diefstal ex artikel 310 Sr Pro.
In cassatie voerde de verdachte aan dat zijn handelen viel onder het wettelijk voorschrift ex artikel 42 Sr Pro, en dat de kip in een situatie van hulpbehoevendheid verkeerde conform artikel 2.1.6 van de Wet Dieren. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het arrest is gewezen door de vice-president van den Brink en raadsheren Buruma en van Strien en op 6 april 2021 uitgesproken. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor diefstal blijft in stand.