Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
6 april 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor ontucht met een 15-jarig meisje en kreeg een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan zes voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarbij legde het hof een bijzondere voorwaarde op dat de veroordeelde werd aangemeld bij het zedenconvenant en meewerkte aan een convenant tussen reclassering en politie, waaronder bezoeken door een wijkagent aan zijn woning.
De Hoge Raad oordeelde dat deze bijzondere voorwaarde niet voldoet aan de wettelijke eisen van artikel 14c lid 2 onder 14° Sr, omdat deze niet voldoende het gedrag van de veroordeelde betreft en onvoldoende precies omschrijft welk gedragsvoorschrift wordt bedoeld. De voorwaarde komt neer op medewerking aan veelomvattende en ingrijpende dwangmiddelen van de politie, wat niet is toegestaan.
De Hoge Raad vernietigde daarom het onderdeel van de strafoplegging met deze bijzondere voorwaarde en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt bijzondere voorwaarde over zedenconvenant en verwijst zaak terug naar hof.