ECLI:NL:HR:2021:48
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting en heffingsrente
Belanghebbende, een vennootschap die is gefuseerd met een andere vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit arrest betrof de vennootschapsbelastingaanslagen voor de jaren 2010 en 2011 en de daarbij behorende beschikking inzake heffingsrente. De Hoge Raad heeft de door belanghebbende voorgestelde middelen beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Van Loon, Faase en Van Eijsden op 15 januari 2021. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ongewijzigd en worden de aanslagen en heffingsrente gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.